Smells like teen spirit

7 typische tienertroubles

1. Je tiener maakt zich ongelooflijk veel zorgen om wat mensen rondom hem van hem denken

In de adolescentie ontwikkelt je kind een zelfbewustzijn en een identiteit. Kleding, muzieksmaak, morele en politieke overtuigingen, sociale groep: over allerlei aspecten van zijn identiteit gaat een tiener onbewust voor het eerst nadenken. En voor het eerst wordt je tiener zich er ook bewust van dat zijn identiteit beïnvloedt wat mensen van hem denken. Het deel van zijn zelfbewustzijn dat voortvloeit uit hoe hij denkt dat anderen hem zien, heet het 'spiegelbewustzijn'. Ook als volwassenen proberen we onszelf constant een beeld te scheppen van hoe we overkomen op anderen en hoe anderen ons beoordelen. Maar bij adolescenten speelt het spiegelbewustzijn een extra grote rol in de ontwikkeling van het zelfbewustzijn. En doordat ze zich er voor het eerst bewust van zijn dat anderen hen kunnen beoordelen gaan ze ook de mate waarin dat gebeurt overschatten.

2. Je wil dat je ophoudt met bepaald risicovol gedrag, maar straffen helpt niet.

Een experiment dat Blakemore in 2016 uitvoerde, toonde aan dat adolescenten niet bekwaam zijn in het leren vermijden van straf. Bij het experiment voerden een groep jongvolwassenen en een groep adolescenten allebei taken uit waarbij ze kans maakten op een beloning of een straf. Daaruit bleek dat adolescenten en volwassenen even goed zijn in het leren nastreven van beloning, maar adolescenten slechter zijn in het leren vermijden van straf. Je kan als ouder dus beter positief gedrag belonen dan negatief gedrag straffen als je je tiener een les wil leren. Ook handig om te weten: adolescenten voelen zich meer aangetrokken tot onmiddellijke beloningen dan beloningen waarop ze moeten wachten. Daarom hebben bijvoorbeeld antirookcampagnes die op de langetermijngevolgen van roken wijzen, niet veel effect op adolescenten. Onderzoek toont aan dat campagnes die een roker als negatief rolmodel afbeelden of focussen op passief roken, meer kans hebben om jongeren van roken te weerhouden.

3. Je tiener heeft alleen nog maar oog voor zijn vrienden en gaat heel ver om aanvaard te worden door zijn vriendengroep.

Zowel onderzoeken van decennia geleden als nieuwe onderzoeken tonen aan dat vrienden tijdens de adolescentie belangrijker zijn dan tijdens om het even welke andere levensfase. Een tiener wil dat alle leeftijdsgenoten in zijn buurt hem accepteren en hangt meer gewicht aan hun oordelen dan aan die van familie- of gezinsleden. Leeftijdsgenoten hebben dan ook een grote invloed op het gedrag van een tiener: ze bepalen onder andere hoezeer hij risico's neemt, welke besluiten hij vormt en hoe het met zijn eigenwaarde gesteld is. Onderzoek wijst ook uit dat een adolescent hypergevoelig is voor sociale uitsluiting, veel gevoeliger dan volwassenen. Adolescenten die zich tijdens wetenschappelijke experimenten sociaal uitgesloten voleden, waren onrustiger, humeuriger en hadden meer kans op depressief gedrag.

4. Je tiener vindt sociale media waanzinnig belangrijk.

Adolescenten zijn zich hyperbewust van de aanwezigheid en meningen van anderen en dat manifesteert zich in hun beleving als een 'imaginair publiek'. Die term werd in de jaren zestig bedacht door pyscholoog David Elkind. Hij beschrijft daarmee hoe adolescenten zich inbeelden dat ze constant geobserveerd en beoordeeld worden door andere mensen. Natuurlijk speelt het imaginair publiek ook bij volwassenen nog een rol, maar niet zo'n grote als tijdens de adolescentie. Sociale media spelen in op dat gevoel: ze laten adolescenten toe om informatie over zichzelf te delen met hun imaginaire publiek en komen tegemoet aan het verlangen van adolescenten om door anderen beoordeeld en gezien te worden.

5. Je tiener heeft tijdens een avondje uit met vrienden iets gevaarlijks uitgespookt dat niet in zijn aard ligt.

Zelfs al ligt risicovol gedrag niet echt in de aard van je tiener, de aanwezigheid van leeftijdsgenoten in zijn buurt kan dat veranderen. Risicovol gedrag is immers onderhevig aan de context: die kan 'koud' zijn, bijvoorbeeld wanneer vrienden nabij zijn. Onderzoek toont aan dat een adolescent in een 'koude' context niet per se risico's wil nemen en dat het idee dat adolescenten altijd risico's nemen dus niet klopt. Maar een adolescent blijft hypergevoelig voor sociale uitsluiting en moedigen zijn vrienden hem aan om een risico te nemen, dan zal hij niet durven weigeren. Al kan de angst om afgewezen te worden door leeftijdsgenoten er ook voor zorgen dat een tiener juist geen risico's wil nemen. In de klas, bijvoorbeeld, kan een tiener besluiten om niet mee te werken, om zo te vermijden dat hij dom (of te slim) overkomt op zijn klasgenoten.

6. Je tiener worstel met een ongezond bioritme: bij bedtijd is hij altijd klaarwakker, 's ochtends is hij altijd moe.

Onderzoek van de University of Oxford en Brown University toont aan dat dit niet de fout is van de tiener. Eigenlijk houdt de maatschappij niet genoeg rekening met het natuurlijke circadiane ritme van adolescenten. Omdat de pubertijd hun circadiane ritme - of biologische klok - verandert, hebben tieners 's avonds minder en 's ochtends meer slaap nodig. Ze maken melatonine later op de avond aan en voelen zich daarom pas laat op de avond slaperig, wat het dan ook moeilijk maakt voor hen om uitgeslapen te zijn op het tijdstip waarop ze moeten ontwaken voor school. Zeker aangezien de gemiddelde tiener negen uur slaap per nacht nodig heeft. Het slaaptekort dat adolescenten zo opbouwen kan in het weekend bovendien tot een 'sociale jetlag' leiden, aangezien adolescenten 's weekends hun slaap willen inhalen en zo tot 's middags in bed blijven liggen. Veel onderzoekers pleiten er daarom voor om scholen later te laten beginnen voor tieners.

7. Je tiener experimenteert meer dan ooit met risicovol gedrag.

In een experiment in samenwerking met onderzoekers van de University of Southern California stelde Blakemore het risicogedrag van deelnemers tussen negen en vijfendertig jaar op de proef met goktaken. Uit die test bleek dat het nemen van risico's piekt in de midden-adolescentie. Specifiek berekenden de wetenschappers dat de leeftijd waarop de deelnemers de meest riskante keuzes maakten 14,38 jaar was. De theorie van de Amerikaanse professor Steinberg verklaart waarom: het lymbisch systeem van de hersenen (het systeem dat zorgt voor het gevoel van voldoening - de kick - na het nemen van een risico) is bij adolescenten al volwassen én extra gevoelig, terwijl hun prefrontale cortex (het hersendeel dat impulsieve acties en het nemen van risico's remt) dat nog niet is. Steinberg noemt dit het 'dual systems model': precies die ontwikkelingsmismatch tussen beide hersensystemen verklaart waarom tieners meer risico's nemen dan kinderen of volwassen. Bovendien is het vermogen om over de emotionele gevolgen van een beslissing na te denken bij adolescenten ook nog in volle ontwikkeling. Ze kunnen dus maar moeilijk inschatten hoeveel spijt of schaamte ze na een risicovolle actie zullen voelen en voelen zich daardoor evenmin geremd. Maar belangrijke kanttekening: risicogedrag is in veel situaties nuttig voor de ontwikkeling van een tiener en stimuleert zijn vooruitgang en creativiteit. Verschillende onderzoeken laten zien dat er een relatie is tussen risicogedrag tijdens de adolescentie en bepaalde vormen van succes tijdens de volwassenheid.

(bron: Goed Gevoel Kids - september 2019 en Het Geheime Leven van het Tienerbrein, Sarah-Jayne Blakemore)

Meldert-Dorp 53,  9310 Meldert 0475 54 28 92

©2020 De Wolkenkamer